Joden 1938 – 1940

5 mei, 2015

Joden op de vlucht (1938 – 1939)

De Nazi’s in Duitsland hadden het vooral gemunt op Joden. De hetze tegen de Joden beleefde een dramatisch hoogtepunt in de nacht van 9 op 10 november 1938. Toen werden overal in Duitsland en Oostenrijk synagogen en Joodse winkels in brand gestoken. Joodse kerkhoven werden vernield en onteerd. Joodse bezittingen werden vernield of gestolen. Bij deze gewelddadigheden kwamen circa 100 Joden om het leven.

Kristallnacht

Door het vele gebroken glas ging deze nacht de geschiedenis in als de Kristallnacht.
Het was het begin van de systematische vervolging, vernedering en vernietiging van de Joden. De meesten kwamen in concentratiekampen terecht of werden gedwongen Duitsland te verlaten, met achterlating van vrijwel al hun bezittingen.

Niet welkom

In veel Europese landen, waaronder Nederland, waren de wetten zo streng dat het voor Joodse vluchtelingen vrijwel onmogelijk was om het land binnen te komen. Degenen die het toch lukte werden ondergebracht in vluchtelingenkampen. In Kamp Reuver, bijvoorbeeld. Daar vandaan werden ze vaak weer doorgestuurd naar andere kampen, zoals in Hoek van Holland.

Kamp Hoek van Holland

In Hoek van Holland werden ze aanvankelijk opgevangen in de gebouwen van de R.V.S. (Rotterdamse Vacantie School) aan de Langeweg. Deze werden alleen maar in de zomer gebruikt, dus daar konden de vluchtelingen wel zo lang in. Maar in april 1939 was het R.V.S.-kamp nodig voor de militairen die naar de Hoek kwamen. Het vluchtelingenkamp werd toen verplaatst naar Vianda, de oude slachterij aan de Slachthuisweg. Dat stond al een tijdje leeg en was verwaarloosd en smerig. De Joodse vluchtelingen moesten het, voor ze er in konden, zelf schoonmaken.

Slechte behandeling

De sfeer Kamp Vianda was niet prettig. De politie en veel dorpelingen hadden het niet zo op die vreemdelingen. Ze vonden het niet fijn dat die zich zomaar vrij in de omgeving konden bewegen. Daarom werd er een afrastering om het kamp aangelegd, met één opening. Zo kon men in de gaten houden wie er in- en uitgingen. Het prikkeldraad voor die afrastering moesten de Joden zelf betalen. Ook het eten in het kamp liet veel te wensen over. Zo verbood de kampleiding het gebruik van diepe borden voor het avondeten. Daar zou teveel jus op kunnen en dat was te duur.

Toch ook wel steun

Gelukkig waren er ook Hoekenezen die het opnamen voor de Joodse vluchtelingen. Ze ontvingen hen thuis en lieten hen wat werk doen, zodat ze nog wat verdienden. En in de krant verschenen stukken over de slechte behandeling in het kamp. Op 12 mei 1939 werd er zelfs over gedebatteerd in de Tweede Kamer.

Kindertransporten

De Joden hadden het zwaar te verduren. Gelukkig lukte het in november 1939 de zogenoemde Kindertransporten op gang te krijgen. Daardoor vonden maar liefst 10.000 Joodse kinderen een veilig heenkomen in Engeland. Engeland was – net als de meeste andere landen – voor Joden nauwelijks binnen te komen, maar voor kinderen werd een uitzondering gemaakt. Dat hadden ze te danken aan een aantal mensen en Joodse organisaties die daar maanden voor onderhandelden.

Onderhandelingen

Er werd o.a. gesproken met de Nazi Adolf Eichman en de Engelse minister-president Chamberlaine. Eén van de onderhandelaars was de Nederlandse bankiersvrouw Geertruida Wijsmuller-Meijer. Uiteindelijk werd er op 21 november 1938 in Engeland een wet aangenomen, die het mogelijk maakte Joodse kinderen op te nemen als vluchteling.

Voorwaarden van de Engelsen

Voorwaarde was wel dat ze niet ouder waren dan 17 jaar en dat hun ouders niet meekwamen. De kosten voor de reis en het verblijf van de kinderen werd geschat op 50 pond per kind (in 2010 zou dit zo’n € 1.500 zijn). Dit geld werd bijeengebracht door de Joodse gemeenschap in Engeland.

Voorwaarden van de Nazi’s

De kinderen mochten niet veel meenemen: een koffer, een tas, 10 Rijksmark en een enkele foto. Speelgoed en boeken waren verboden. Waardevolle spullen zouden onmiddellijk in beslag worden genomen. Het was de achterblijvers niet toegestaan om op het station afscheid te nemen. Dat moest maar thuis of elders gebeuren. De namen van de kinderen werden op een lijst gezet en elk kind kreeg een nummer om de nek. Onderweg werden de lijsten en de kinderen veelvuldig gecontroleerd en dit leidde tot veel vertraging.

10.000 kinderen in veiligheid

Op 1 december 1938 vertrok het 1e transport uit Berlijn. Op 10 december 1938 vertrok er nog een transport uit Wenen. Na de Duitse bezetting in maart 1939 van Tsjechië werden er ook transporten vanuit Praag georganiseerd. In februari en augustus 1939 volgden er transporten vanuit Polen.

In de Hoek op de boot

Omdat Duitse havensteden voor kindertransporten afgesloten waren, reden de treinen via Nederland, en vertrokken de boten over de Noordzee vanuit Hoek van Holland. Op deze manier werden zo’n 10.000 Joodse kinderen in veiligheid gebracht. Het laatste transport vertrok op 1 september 1939 vanuit Duitsland. Twee dagen later, op 3 september 1939, verklaarde Engeland Duitsland de oorlog.Joden 1938 – 1940

Categorie: Geen categorie